was successfully added to your cart.

Winkelmand

S tap voor stap (Blog vrouwen van Sereen)

Aan de andere kant van de telefoon blijft het lange tijd stil. Op mijn vragende “mevrouw, bent u daar nog, mevrouw?” wordt gereageerd met een diepe zucht. “Ja, hoor. Ik ben er nog en ik weet inderdaad dat de urn met de as van mijn buurman nog bij jullie op de Voorhaven staat. Ik heb eerlijk gezegd gewoon geen enkel idee wat ik er mee aan moet?” Ik heb een vriendelijke dame van achter in de vijftig aan de telefoon. Een half jaar geleden hebben wij de uitvaart van haar bejaarde buurman verzorgd. Omdat de oude heer helemaal geen familie meer had, functioneerde de buurvrouw als zijn toegewijde mantelzorger. Toen hij uiteindelijk na een kort ziekbed overleed, regelde zij, samen met ons, de uitvaart; een sobere dienst, gevolgd door een crematie. Aan alles was gedacht, alleen aan de verstrooiing van de as duidelijk niet.

Wandelingetje langs de Gouwzee
Weer hoor ik een diepe zucht. “Tja, ik weet het niet hoor. Ik vind het geen fijn idee om zo’n urn in mijn huis te hebben, maar uitstrooien op een strooiveld tussen allemaal onbekenden vind ik ook niets. De buurman had niet zoveel op met vreemden,” voegt ze er lachend aan toe. We raken aan de praat over de oude man. Hoe zij door de jaren heen steeds meer betrokken raakte bij zijn eenzame bestaan. “Eerst moest hij niets van mij hebben. Ik ben namelijk niet van hier, import noemde hij dat. Maar allengs ontdooide hij. Hij was niet bestand tegen mijn exotische kookkunsten. Als ik wel eens eten over had, dan bracht ik hem een pannetje. Je had hem dan moeten zien smullen aan zijn keukentafel, haha. Later groeide ons contact, nam ik boodschappen voor hem mee. Of ging met hem mee naar de dokter. Maar ons wandelingetje over de dijk, langs de Gouwzee, dat was voor hem het hoogtepunt van de week. Eerst met de rollator en later met de rolstoel. Weer of geen weer. Prachtig vond hij dat.” “Is het dan geen idee om de as daar uit te strooien, langs de waterlijn?” opper ik. Maar de buurvrouw ziet dat niet zitten. “Huuh, nee hoor,” huivert ze, ”sta ik daar met zo’n enge urn. Zul je net zien dat op het moment suprême de wind draait. Dat is toch ook niet netjes.” Ik denk even na, “volgens mij weet ik daar wel een oplossing voor.”

Ongelofelijke uitvinding
Het is vroeg in de ochtend als de buurvrouw en ik samen onder aan de dijk staan. Ik overhandig haar de TOLAD, een soort wandelstaf die bij elke keer dat je hem op de grond plaatst een kleine hoeveelheid as aan de onderkant van de staf los laat. Zo wordt de as al wandelend geleidelijk verspreid. Subtiel en waardig. Ik heb de TOLAD vanmorgen in alle vroegte op kantoor gevuld met de asresten van de buurman. En nu staan we hier samen. Het is fris. De buurvrouw schikt haar sjaal, “wat een ongelofelijk uitvinding is dit zeg,” zegt ze tevreden. “Even kijken of hij het doet” en ze zet met de TOLAD een kleine ‘stempel’ van as naast de derde trede van de trap. “Perfect!” concluderen we, waarna ze statig de dijk oploopt. Stap voor stap, stempel voor stempel, verstrooit ze de as met deze unieke wandelstaf. Ik kijk haar bewonderend na. Zou dit het nou zijn wat Moeder Teresa bedoelde met ‘Kleine dingen doen met Grote Liefde’?

Zorgen voor de buurman.

Als ik wel eens eten over had, dan bracht ik hem een pannetje.

Stempel van as naast de derde trede van de trap.

Leave a Reply